|
|
|
Shane Macgowan & The Popes- The Crock Of Gold (ZTT/Import)
Shane MacGowan werd afgeschreven toen hij wegens overmatig genotsmiddelengebruik en muzikale meningsverschillen uit The Pogues werd getrapt. Maar Shane begon The Popes en nam wraak met het sterke The Snake, een album met zijn Keltische rock&roll. Drie jaar later is het merkwaardige The Crock of Gold het vervolg. Merkwaardig omdat MacGowan een onwaarschijnlijk verbond aanging met dubmixer Adrian Sherwood en merkwaardig omdat schitterende songs worden afgewisseld met de meest stompzinnige cliche-folk. Helaas is de laatste groep in de meerderheid. De veertigjarige Ierse folklegende klinkt als een onbezielde randdebiel in banale, fantasieloze songs als Paddy Public Enemy No.1 en Rock ‘n’ Roll Paddy met hoog tralala-gehalte en flauwe songs als de country-achtige Ceilidh Cowboy en Truck Drivin’ Man. MacGowan plukt gretig van eigen werk uit de Pogues-tijd en klinkt ongeinspireerder dan ooit. Daar bovenop dwong een harteloze Sherwood een nep-stonede Shane tot een geforceerde dubreggae-song(!) Als vanouds klinkt het slechts even in het heerlijk bittere More Pricks Than Kicks en in de traditionals Come To The Bower en St. John Of Gods. Wat rest is de zouteloze dronkemans-muziek. Hoe pijnlijk, want als de enige echte rock&roll Paddy in navolging van de Pogues gewoon gestopt was, dan had hij een mooie herinnering nagelaten.
Dieter van den Bergh
Muziekkrant Oor
Februari 1998
Reaction from a reader:
Geachte Oor-redactie,
Even een reactie op de recensie van Dieter van den Bergh over de nieuwe CD van Shane MacGowan & The Popes. Hier is namelijk een behoorlijke hoeveelheid tegengas nodig. Komt ie: The Crock Of Gold is een fantastische CD, die je na een keer draaien al meebrult. Heel sober door Adrian Sherwood geproduceerd, want goede liedjes hebben niet meer nodig.
Met vriendelijke groet,
Jan Seunnenga (Pigmeat), Friesland
De Volkskrant
Vrijdag 12 december 1997
Feestneus MacGowan bezingt het lot van de dronkeman
Eigenlijk had het tweede album dat Shane MacGowan maakte, sinds zijn vertrek uit The Pogues, al dit voorjaar moeten verschijnen. MacGowan deed wel de erbij geplande Europese tournee, maar The Crock Of Gold was nog lang niet voltooid toen MacGowan met zijn begeleidingsband The Popes in mei het Amsterdamse Paradiso aandeed. Sindsdien heeft hij in Nederland geen platenmaatschappij meer, zodat de trouwe MacGowan-aanhang is aangewezen op de dure Britse import-versie van The Crock of Gold. MacGowans eerste plaat sinds The Snake uit 1994, is beter dan mocht worden verwacht. Wie hem onverstaanbaar hoorde brallen in de aan hem gewijde BBC-documentaire, kon niet anders dan concluderen dat zijn langdurige alcohol-verslaving elke creativiteit heeft vergiftigd. Maar al is zijn stem nog krakender dan voorheen, met The Crock of Gold heet MacGowan op de valreep nog een van de sterkste platen van het jaar gemaakt.
Meer dan op het soms wat te veel rockende The Snake, grijpt MacGowan terug naa zijn liefde voor Ierse folkmuziek. Dat leidt tot een aantal aanstekelijke fuifnummers waar hij sinds de hoogtijdagen van The Pogues (alweer tien jaar geleden) het patent op had. Het is lekker hossen op Come to the Bower en Skipping Rhymes, maar wat The Pogues op haar best zo uniek maakte, en wat ook nu weer blijkt, is dat MacGowan ook in carnavalsstemming altijd iets droevigs oproept.
Alleen met Pogues-muziek kun je tegelijkertijd dansen van plezier en bijna huilen van ontroering. Na de eerste drie onvolprezen Pogues-albums, stonden er op het wat minder hoog aangeschreven werk altijd wel een paar liedjes of regels die je een levenlang bij je wilde dragen. Op het in zijn geheel al sterke The Crock of Gold staat zelfs een handvol van die MacGowan-klassiekers. Het treffendst is St. John Of Gods, een ballade waarin MacGowan het lot van een dronkeman beschrijft. Praten kan hij niet meer, het enige dat er uit zijn mond komt is de regel:'’F yez all’. En dat door MacGowan vol inleving gezongen ‘F yez all’ krijg je nooit meer uit je hoofd.
Gijsbert Kamer